Waarvoor wilt u de camera gaan gebruiken? Wilt u kiekjes schieten die u vervolgens op uw computerbeeldscherm (of tv) laat zien dan is een hoge resolutie onnodig. Wilt u uw foto's (laten) uitvergroten dan is een hogere resolutie vanaf 4 mega
pixel nodig. Hierover beschikken bijna alle digitale camera's tegenwoordig.
Een digitale camera werkt niet met filmrolletjes, maar met
geheugenkaarten. De omvang van deze kaarten bepaalt hoeveel foto's u kunt maken. Is de kaart vol dan plaatst u de foto's op uw computer en maakt u de kaart leeg zodat u weer foto's kunt maken. Op vakantie bent u niet altijd in de gelegenheid uw volle kaart te legen. Zorg er daarom voor dat u een kaart hebt met voldoende capaciteit, of neem meerdere kaarten mee. Geheugenkaarten koopt u los. Vergeet dat niet als u een camera gaat kopen.
Let erop dat de camera de foto's kan maken die u leuk vindt. Zonder een geschikte lens lukt dat niet. Heeft de camera geen macrostand dan kunt u close-ups niet fotograferen. En wilt u veraf gelegen dingen op de foto dichterbij halen dan is een goede optische zoom noodzakelijk. Ook de kwaliteit van de lens is belangrijk, meer nog dan het aantal megapixels. Het is verstandiger een camera met een goede kwaliteit lens en wat minder megapixels te kopen dan omgekeerd.
U kunt met de meeste camera's op grote afstand gelegen objecten dichterbij halen. Inzoomen heet dat. Dichterbij halen kan op twee manieren: optisch en digitaal. Een optische zoom wordt bereikt door het lenzenstelsel in uw camera: u haalt een object daadwerkelijk dichterbij zoals een verrekijker dat ook doet. U krijgt een goede kwaliteit foto. Digitale zoom daarentegen werkt kunstmatig: een deel van de foto die u hebt gemaakt wordt uitvergroot weergegeven. Dit levert onscherpe foto's op. Bovendien kunt u op de computer zelf een deel van een foto uitknippen en vergroten. Dit geeft u ook nog eens grotere controle over de kwaliteit. Negeer daarom alle informatie over digitale zoom: u hebt er niets aan.
Digitale camera's vreten stroom! Daarom is een goede - en goedkope - stroomvoorziening belangrijk. Informeer naar het type batterij dat de camera bevat, hoelang de batterij meegaat en of de batterij oplaadbaar is. Sommige batterijen zijn erg duur in de aanschaf. Dit kan een reden zijn een bepaalde camera niet te kopen.
Ligt de camera goed in de hand, is hij niet te zwaar en is hij eenvoudig te bedienen? Zaken waar u in eerste instantie misschien niet op let maar die wel bepalen of u de camera veel gaat gebruiken. Een onhandige, zware camera met veel kleine knopjes op onlogische plaatsen zult u al snel gefrustreerd terzijde werpen.
Controleer deze zaken daarom in de winkel. Hoe voelt de camera aan? Is hij gemakkelijk mee te nemen en op te bergen. U fotografeert tenslotte voor de lol dus u moet plezier hebben in het omgaan met de camera.
Met een eenvoudige instapmodel maakt u foto's zonder al te veel gedoe. De duurdere modellen geven u de mogelijkheid meer zaken in te stellen. Belangrijke instellingen zijn onderwerpsstanden, rode ogen reductie, belichtingscorrectie, flitscorrectie en filmmogelijkheden.
Onderwerpsstanden zijn voorgeprogrammeerde standen waarin uw camera rekening houdt met bepaalde opties. Voorbeelden zijn Portret, Landschap, Sport, Close-up en Nachtportret. Selecteert u Portret of Landschap dan weet de camera welk onderwerp u fotografeert en houdt hier rekening mee. Bij Landschap zullen bijvoorbeeld de kleuren wat meer verzadigd worden.
Met rode ogen reductie kunt u binnenprotretten maken. Fotografeert u mensen in een omgeving met weinig licht dan zult u een flits moeten gebruiken. Deze flits levert foto's op met de bekende rode ogen. Rode ogen reductie gaat dit tegen zodat u ook binnen mooie foto's van uw bekenden kunt maken.
Vroeger kocht u filmrolletjes voor uw analoge camera. Deze filmrolletjes hadden een zogeheten ISO-waarde, die de lichtgevoeligheid aangaf. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe gevoeliger de film was voor licht. Ook bij digitale camera's komt u de term ISO tegen. In situaties met weinig licht verhoogt de camera de ISO-waarde om toch scherpe foto's te kunnen maken. Bij sommige camera's is dit handmatig in te stellen. Maar een hogere ISO-waarde heeft ook nadelen. Er onstaat ruis op de foto's. Betere camera's zijn beter in het onderdrukken van die ruis.
Steeds meer camera's zijn uitgerust met beeldstabilisatie. Dat is een techniek die ongewenste bewegingen reduceert. Met als gevolg dat u gemakkelijker scherpe foto's maakt, ook bij langere belichtingstijden. En dat laatste komt van pas bij onder meer binnenopnames. U komt beeldstabilisatie onder verschillende benamingen tegen. Canon spreekt van Image Stabilization (IS), bij Nikon heet het Vibration Reduction (VR), bij Sony Super Steady Shot en bij Panasonic Optical Image Stabilizer (OIS).
Er bestaan grofweg twee type camera's: de compactcamera en de spiegelreflexcamera (DSLR). De laatste jaren zijn er van beide types zo veel verschillende modellen verschenen dat het lastig is nog een absoluut onderscheid te maken. Over het algemeen is een spiegelreflex meer bedoeld voor de serieuze fotohobbyist of beroepsfotograaf en de compactcamera voor mensen die het plezierig vinden leuke (vakantie)foto's te maken.
En over het algemeen is de spiegelreflexcamera groter, zwaarder en heeft hij meer instelmogelijkheden. Daarnaast kunt u de lens van deze camera verwisselen. Vanwege alle opties en mogelijkheden is een spiegelreflex lastiger te bedienen en kent hij een steile leercurve.